Jelena blikt in een interview terug op 15 jaar Kostić. Hoe heeft haar werk zich in de loop der jaren ontwikkeld?

Je werd geboren in Servië, dat toen nog deel uitmaakte van Joegoslavië. De Balkanoorlog van de jaren ’90 maakte je als tiener mee. Toen je in 1997 naar Nederland kwam om dans te studeren, liet je je familie in een politiek hectisch land achter. Heeft deze achtergrond invloed op je werk?

“In mijn vroege werk was mijn Servische achtergrond heel prominent aanwezig. Voor March (2010) liet ik me inspireren door de demonstraties die in 1996/97 in mijn thuisland tegen het heersende bewind gehouden werden, en in mijn voorstelling Yell Penelope (2012) ging ik in op het leven met verschillende identiteiten, tussen verschillende landen en tradities in. Ik heb aan het begin van mijn carrière ook veel traditionele Servische muziek in mijn voorstellingen verwerkt.” 

“Inmiddels ben ik al veel langer in Nederland dan ik ooit in Servië gewoond heb en is mijn werk ook veranderd. Wel heeft mijn achtergrond nog steeds een weerslag op de thema’s die ik in mijn voorstellingen behandel en de manier waarop ik dat doe. Als er iets is dat ik al vroeg geleerd heb, is het dat mensen een sterke neiging hebben om andere mensen in hokjes te plaatsen, om in zwart-wit-tegenstellingen te denken en de grijstinten niet te willen zien. Neem bijvoorbeeld hoe we nu soms over Russen denken sinds de inval in Oekraïne. We hebben de neiging om alle Russen die niet openlijk dissident zijn over een kam te scheren, terwijl er in Rusland miljoenen mensen zijn die klem zitten tussen machten die groter zijn dan zijzelf. Massadenken kan ontzettend gevaarlijk zijn, en dat is een bewustzijn dat ik heel sterk met mij meedraag.”

“In mijn werk zoek ik dan ook steeds opnieuw naar manieren om maatschappelijk breed gedragen ideeën en oordelen te bevragen. Waarom beschouwen we als gemeenschap het één als slagen en het ander als falen? Waarom zijn we geneigd in conflicten te denken en niet in samenwerking? Die vragen stel ik op een open manier, mijn werk is niet pamflettistisch en eenduidig. Juist niet.”  

March (2010)

Welke ontwikkeling heeft jouw makerschap doorgemaakt in de afgelopen 15 jaar?

“Ik was als beginnend choreograaf nieuwsgierig naar heel veel verschillende dingen. Zo heb ik al vroeg geëxperimenteerd met circus en acrobatiek, met physical theatre met acteurs en met grote monumentale decors. De zaadjes die ik toen geplant heb, voeden mijn werk nog steeds, al hebben ze inmiddels heel andere gedaantes aangenomen.” 

“Zo werk ik in het theater steeds meer met minimalistische en gestileerde decors, maar daartegenover staat de outdoor-voorstelling Blind Spot, waarin stedelijke architectuur het decor vormt. De fascinatie voor grote bouwwerken en hun lijnen- en vormenspel is er dus nog steeds, maar heeft een andere uitingsvorm gekregen. Dat geldt ook voor de elementen van circus en acrobatiek. Die interesse heeft zich omgevormd tot een fascinatie voor freerunning, een urban discipline waarbij men zo vloeiend én indrukwekkend mogelijk in de publieke ruimte over en langs obstakels beweegt.” 

“Een rode draad in de afgelopen vijftien jaar is de bepalende rol die film heeft gespeeld. Ik was al van jongs af aan gefascineerd door de mogelijkheden van dat medium. Mijn signatuur is erdoor beïnvloed. Ik ben nooit een conceptueel maker geweest en heb me ook nooit blind gestaard op stapjes en pasjes: al vanaf het begin werk ik veel met emoties en verhalende elementen en ook op de vloer probeer ik filmisch te denken.” 

“Vanuit mijn fascinatie voor de film ben ik dan ook al vroeg begonnen met het maken van dansfilms, eerst als kleinere experimenten en vervolgens steeds meer in serieuze, professionele producties. Mijn samenwerking met de Brabantse filmregisseur Harrie Verbeek, die in 2020 overleed, was een match made in heaven. Ik ben nog steeds ontzettend trots op de drie films die we samen gemaakt hebben – met name op Naar Huis (2018), waarin dansers en acteurs naast elkaar staan. De gesproken taal en de taal van het lichaam vertelden samen een aangrijpend verhaal over de complexiteit van familierelaties.”

Naar Huis (2018)

Wat is een belangrijke les die je in de loop der jaren geleerd hebt? 

“Ik heb geleerd dat een maakproces tijd kost en dat je daarom als maker een thema of vertrekpunt moet kiezen dat je echt heel erg boeit. Het moet iets zijn waarvoor mensen je ‘s nachts wakker kunnen maken en waarover je steeds wilt blijven nadenken en praten.”  

“In het geval van mijn nieuwste voorstelling Unease (2024) is het thema ‘ongemak’. Ik ben ontzettend gefascineerd door dit fenomeen. Wat ervaren wij mensen bijvoorbeeld als ongemakkelijk, en waarom? Hoe ziet die ervaring van ongemak er fysiek uit? 

“Uit psychologisch onderzoek blijkt dat ongemak noodzakelijk is voor groei. Als we niet geconfronteerd worden met situaties of interacties die we als ongemakkelijk ervaren, stompen we als mensen als het ware af. Ongemak biedt ons misschien een vervelend gevoel, maar ook mogelijkheden tot groei en om de wereld en onze relatie tot de wereld anders te bekijken.”

In de studio voor Unease (2024)

Jouw dansgezelschap heeft als motto ‘Bold Moves’. Wat betekent dat? 

Bold Moves heeft betrekking op een aantal aspecten. In de eerste plaats gaat het over de bewegingstaal die ik hanteer. Mijn danstaal is fysiek en emotioneel uitdagend. Dat betekent dat de dansers met wie ik werk dat moeten aandurven. Als we een voorstelling maken met elementen van freerunning, dan verwacht ik dat de dansers hun fysieke grenzen durven verleggen. En als ik een voorstelling maak waarin een danser in een onflatterend kostuum en een ongemakkelijke pose moet staan, dan verwacht ik ook de durf om daar echt vol voor te gaan. Wie mijn werk goed kent, weet dat ik vaak werk met dansers Blazej Jasinski en Noëmi Wagner. Zij zijn zulke daredevils dat ik ze soms ook een beetje tegen zichzelf moet beschermen.” 

Bold Moves betekent echter ook het maken van spannende keuzes. Ik zoek altijd nieuwe uitdagingen in het werk dat ik maak. Zo heb ik met Blind Spot voor het eerst in de openbare ruimte gewerkt en bij mijn laatste productie Losers voor het eerst met humor en gesproken teksten. Voor mijn nieuwste voorstelling Unease onderzoek ik hoe ver ik kan gaan in het manipuleren van de theaterruimte en de bezoekerservaring. Ik blijf artistieke keuzes maken die me uit mijn comfort zone halen en die me soms zelfs een beetje angst aanjagen. Ook voor mijzelf is het belangrijk om het ongemak op te zoeken.” 

(Un)bound (2018)

Je woont en werkt al jaren in Tilburg. Wat heeft deze stad je gebracht?

“In Nederland woonde en studeerde ik aanvankelijk in Amsterdam, maar al snel heb ik die stad ingeruild voor Tilburg. Ik ben hier inmiddels geworteld en beschouw de stad in meerdere opzichten als mijn ‘thuis’.”

“In artistiek opzicht zie ik Tilburg als het Seattle van Nederland. Seattle bestaat naast grote steden als New York en Los Angeles, maar heeft vanuit een sterke underground scene een aantal baanbrekende artiesten en bands voortgebracht. Ook in Tilburg is een sterke underground. Ik heb het gevoel dat experimenteren, falen en opnieuw beginnen in Tilburg toegestaan is. Daardoor is er ook ruimte voor vernieuwing.”